De 10 punten voor W.O.W. in het kort

1   Hou rekening met de soorteigen behoeften en het begripsvermogen van paarden. Paarden (en pony’s) moeten (ook) kunnen doen wat paarden horen te doen, vooral als ze even niet met jou aan de gang zijn. Als ze weten dat ze bijvoorbeeld iedere dag voldoende en vaak genoeg  te eten krijgen en met vriendjes mogen chillen en ravotten, dan communiceren ze ook beter met jou. Paarden zijn geen mensen… Als ze met jou in gesprek zijn, gebruik dan gedrag en signalen die paarden makkelijk begrijpen.

2  Gebruik leertheorie, gebruik een leerplan dat werkt. Als je een paard te vaak (onbewust) aandrijft dan went hij aan het feit dat de hulpen van je benen toch niets betekenen. Je moet dan steeds harder werken als je wel een keer harder wilt gaan. Als je steeds eerst dit en dan dat doet… leert het paard makkelijk met je meedenken. Dan ben jij consequent en voorspelbaar. Beloon gewenst gedrag AHA met de briljante timing JA. Voorkom het (onbewust) belonen OEPS van ongewenst gedrag.

3   Voorkom angst of werk aan het oplossen van angst.

4   Voorkom stress of help het paard de stress op te lossen.

5   Gebruik unieke hulpen en signalen, meerkeuzevragen maken dat het paard langzamer leert.

6   Shaping, van een beetje goed antwoord kun je een beter antwoord maken.

7   Stap voor stap, betekent ook hulp voor hulp, werk in een logische (oplopende) volgorde.

8   Er is steeds maar één goed antwoord.

9   Altijd, overal en in alles consequent worden en dan consequent blijven.

10 Het blijvende antwoord = vrij van doorlopende hulpen of signalen, een paard kan leren, daar heeft hij echt de hersens voor, om zonder verdere hulpen of signalen te blijven doen wat hij deed… tot je iets anders vraagt. Dat gaat ook op voor stappen, draven en galopperen onder het zadel.

 

Dit zegt ISES zelf over de wetenschappelijke benadering van de rijkunst: ISES promoot objectief, op onderzoek gebaseerd begrip omtrent het welzijn van paarden tijdens training en competitie. Dit doet ISES door het toepassen van valide, kwantitatieve wetenschappelijke methodes die kunnen identificeren welke trainingstechnieken (in)effectief zijn of kunnen leiden tot aantasting van het welzijn van het paard. Deze tak van wetenschappelijk onderzoek gebruikt een multidisciplinaire benadering om onderzoek te doen naar en dus inzicht te geven in het trainen van het paard, bijvoorbeeld vanuit het perspectief van leertheorie waardoor antropomorfisme en door emotie gemotiveerde training vermeden wordt.

Bij het 10 puntenlijstje hoort het 10 punten zelfwerkschema. De oefeningen op dit schema zijn zo samengesteld dat je zelfstandig met de 10 spelregels leert trainen.